Ik zit op de
bank en kijk uit het raam. Het belooft een stralende dag te worden. De zon schijnt
en zet de tuin in een zachte gloed, de vogels fluiten. Veelbelovend.
Van binnen
voelt het anders. Mat. Stil. Ik zoek naar woorden die ik niet vinden kan, wordt
soms moe van dat verlangen het onuitgesprokene onder woorden te brengen, het
gevoel te vangen en te vertalen op papier.
Kon ik maar
zonder woorden zijn.
Alleen
voelen, slechts bestaan.
Het voelt
als een dag, zoals er zoveel geweest zijn. Niets bijzonders, niets nieuws onder
de zon. Geen verrassingen in petto.
Maar het leven
is onvoorspelbaar. Alles kan binnen tien minuten anders zijn. Om de hoek van de
straat wacht misschien het wonder waar ik naar verlang en wellicht is inderdaad
alles wat er nodig is om dat te bereiken: opstaan en op weg gaan.
Soms zou je
willen blijven zitten. Wachten tot het beter wordt. Wachten tot de pijn over
gaat. Wachten tot er spontaan weer eens iets moois jouw kant uitrolt en
misschien is dat niet eens zo verkeerd.
Maar vandaag
sta ik op. Ik open mijn hart (heel voorzichtig en behoedzaam). Ik open mijn
hart voor de dingen die komen gaan.