dinsdag 19 juni 2012


Ik zit op de bank en kijk uit het raam. Het belooft een stralende dag te worden. De zon schijnt en zet de tuin in een zachte gloed, de vogels fluiten. Veelbelovend.

Van binnen voelt het anders. Mat. Stil. Ik zoek naar woorden die ik niet vinden kan, wordt soms moe van dat verlangen het onuitgesprokene onder woorden te brengen, het gevoel te vangen en te vertalen op papier.



Kon ik maar zonder woorden zijn.

Alleen voelen, slechts bestaan.



Het voelt als een dag, zoals er zoveel geweest zijn. Niets bijzonders, niets nieuws onder de zon. Geen verrassingen in petto.

Maar het leven is onvoorspelbaar. Alles kan binnen tien minuten anders zijn. Om de hoek van de straat wacht misschien het wonder waar ik naar verlang en wellicht is inderdaad alles wat er nodig is om dat te bereiken: opstaan en op weg gaan.



Soms zou je willen blijven zitten. Wachten tot het beter wordt. Wachten tot de pijn over gaat. Wachten tot er spontaan weer eens iets moois jouw kant uitrolt en misschien is dat niet eens zo verkeerd.



Maar vandaag sta ik op. Ik open mijn hart (heel voorzichtig en behoedzaam). Ik open mijn hart voor de dingen die komen gaan.